Een UTM-coördinaat lezen
Een UTM-coördinaat heeft drie delen: de zone (1 tot 60, gevolgd door de letter van de breedteband of het halfrond), de oostcoördinaat (E, in meters, ongeveer tussen 160 000 en 840 000) en de noordcoördinaat (N, in meters vanaf de evenaar). De Dam in Amsterdam ligt op 31U 628707 5804227: zone 31, 128 707 m ten oosten van de centrale meridiaan 3° O en 5 804 227 m ten noorden van de evenaar.
Labels en eenheden mogen weg: 31U 628707 5804227, 31N 628707 5804227 en Zone 31 E: 628707 N: 5804227 geven hetzelfde punt.
UTM op WGS84, ETRS89 of ED50
Dezelfde UTM-getallen wijzen in verschillende datums naar verschillende plekken. WGS84 en ETRS89 liggen nu ongeveer 1 m uit elkaar; het oude ED50, dat je op militaire en offshorekaarten tegenkomt, wijkt zo'n 100 m af. Komt de coördinaat van een oude kaart, kies dan het datum waarin ze gemeten is.
Veelgestelde vragen
Wat betekent 31U in een UTM-coördinaat?
31 is de zone (0° tot 6° O) en U de breedteband (48° tot 56° N). Voor de berekening is de band niet nodig, maar hij verraadt het halfrond: de letters N tot en met X liggen ten noorden van de evenaar.
Waarom is mijn noordcoördinaat zo groot?
Omdat UTM vanaf de evenaar telt: in Nederland en België ligt de noordcoördinaat tussen ongeveer 5 480 000 en 5 940 000 m. Gaat het om getallen onder de 650 000, dan heb je waarschijnlijk RD- of Lambert-coördinaten.